Iedereen wil nieuwe woonvormen voor ouderen. Waarom komen ze zo moeilijk van de grond?

Twee oudere vrouwen in een keuken; één vrouw bakt vlees in een pan en glimlacht, terwijl de andere aan het werk is bij het aanrecht met een receptenboek.

De ambitie is duidelijk: ouderen moeten kunnen wonen op een plek die bij hen past, waar ruimte is voor ontmoeting en waar mensen naar elkaar omkijken. Maar tussen een enthousiast gesprek en een gerealiseerde woonvorm ligt een lange weg. Vanuit Stichting Thuis in Welzijn zien we hoeveel inzet het vraagt om belangstelling om te zetten in concrete projecten. Wat is nodig om die stap wél te zetten?

Een landelijke opgave

Die ambitie is vastgelegd in een landelijke opgave: tot en met 2030 moeten er 290.000 woningen voor ouderen bijkomen, waaronder 80.000 woningen in geclusterde woonvormen. Gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen hebben ieder een rol om deze opgave lokaal te vertalen naar concrete projecten. Dat maakt de vraag des te urgenter: hoe zorgen we dat kansrijke woonconcepten daadwerkelijk een plek krijgen in woningbouwplannen en worden gerealiseerd?

Het Thuishuis

Het Thuishuis is zo’n concept: een kleinschalige woonvorm voor vijf tot zeven alleenstaande ouderen. Bewoners hebben een eigen woonruimte, delen voorzieningen en kunnen elkaar ontmoeten in een gezamenlijke ruimte. Privacy en gezamenlijkheid gaan hand in hand. Naar elkaar omkijken vormt de sociale basis, met als doel eenzaamheid te voorkomen en te verminderen. Ook als je alleenstaand bent, wil je prettig ouder worden: met een eigen plek, gezelligheid dichtbij en mensen op wie je kunt terugvallen.

In gesprekken met corporaties, gemeenten en ontwikkelende partijen krijgt Ingrid Aaldijk, directeur van Stichting Thuis in Welzijn, veel bijval. De vervolgvraag blijkt lastiger: waar kan het, wie neemt het initiatief en hoe maken we het haalbaar? “Iedereen ziet de waarde van een Thuishuis. Maar enthousiasme alleen is niet genoeg. Op een gegeven moment moet iemand zeggen: hier gaan we het doen, en dit is wat we ervoor nodig hebben.”

Een goed idee moet ook een plek krijgen

Het woonconcept kan rekenen op een positieve ontvangst. Vaak liggen er kansen in bestaande bouw, nieuwbouw of gebiedsontwikkeling. Daarmee wordt de realisatie afhankelijk van de planning en besluitvorming van een groter project.

Het moment waarop een nieuwe woonvorm aan tafel komt, maakt dan veel uit. Als woningtypen, plattegronden en financiële uitgangspunten al grotendeels vaststaan, vraagt het toevoegen van gezamenlijke voorzieningen om aanpassingen. Dat maakt de afweging ingewikkelder.

Daarom moeten we geclusterde woonvormen, zoals het Thuishuis, al vroeg in de ontwikkeling bespreken. Wie ontmoeting en gezamenlijkheid onderdeel wil maken van een project, moet daar bij de eerste keuzes ruimte voor reserveren.

Een gezamenlijke woonkamer moet ook betaald worden

Een gemeenschappelijke woonkamer en gedeelde voorzieningen, zoals een keuken, wasruimte en hobbyruimte, zijn waardevol voor bewoners, maar vragen ook vierkante meters en financiering. Wie draagt die kosten? Hoe worden ze verwerkt in de huur of exploitatie? En welke mogelijkheden zijn er om voorzieningen te delen binnen een groter complex?

Dat zijn terechte vragen. Een project moet financieel haalbaar zijn. Tegelijkertijd moet ook de waarde van die gezamenlijke ruimte worden meegewogen. Voor een Thuishuis is de gemeenschappelijke woonkamer een wezenlijk onderdeel van het woonconcept. Als die verdwijnt zodra de financiële druk toeneemt, verdwijnt ook een belangrijk deel van wat deze woonvorm onderscheidt.

We moeten daarom vroeg afspraken maken over de ruimte, het gebruik en de bekostiging. Dan kan het ontwerp daarop aansluiten en wordt voorkomen dat de gezamenlijke voorzieningen pas aan het einde ter discussie komen te staan.

Een Thuishuis hoeft geen apart gebouw te zijn

Bij groepswonen wordt soms gedacht aan een afzonderlijk gebouw. Een Thuishuis kan ook onderdeel zijn van een groter wooncomplex. De voorbeelden in Woerden en Noordwijk laten zien dat die combinatie mogelijk is.

Dat biedt kansen voor nieuwe projecten. Binnen een groter complex kan een herkenbare, kleinschalige woongemeenschap ontstaan, terwijl bewoners ook onderdeel blijven van hun omgeving.

De vraag voor ontwikkelaars is daarom: hoe kunnen we binnen onze projecten ruimte maken voor verschillende manieren van wonen, waaronder een kleine groep ouderen die bewust kiest voor gezamenlijkheid?

Een woongemeenschap ontstaat niet vanzelf

Een gebouw met een gezamenlijke woonkamer vormt nog geen woongemeenschap. Bewoners moeten bewust voor deze manier van wonen kiezen. Daarnaast zijn afspraken nodig over het gebruik van gezamenlijke voorzieningen, wat bewoners van elkaar kunnen verwachten en welke ondersteuning beschikbaar is als dat nodig blijkt.

Een Thuishuisproject kan ook bijdragen aan het welzijn in de omliggende buurt. Door verbinding te leggen met buurtbewoners, welzijnsorganisaties en lokale initiatieven kan het ontmoeting en onderlinge betrokkenheid versterken. Zo krijgt bij gebiedsontwikkeling ook de sociale basis een concrete plek: naast woningen bouwen we aan een buurt waar mensen elkaar kennen en naar elkaar omkijken.

Die sociale voorbereiding vraagt tijd en inzet, vaak al voordat er een concrete projectopdracht ligt. Wie nieuwe woonvormen wil realiseren, moet ook voor die fase verantwoordelijkheid en financiering organiseren.

Ingrid Aaldijk benadrukt dat het bij een Thuishuis om meer gaat dan alleen de stenen. “Je kunt een mooie gezamenlijke woonkamer ontwerpen, maar daarmee heb je nog geen gemeenschap. Het gaat erom dat bewoners zich thuis voelen, elkaar leren kennen en naar elkaar omkijken. Daar moet je vanaf het begin aandacht voor hebben.”

Van goede bedoelingen naar concrete afspraken

De stap naar realisatie begint met concrete afspraken. Gemeenten kunnen de opgave voor ouderenhuisvesting vertalen naar locaties en woningbouwprogramma’s. Corporaties kunnen deze vertaling opnemen in hun plannen en lokale prestatieafspraken. Ontwikkelaars kunnen het verschil maken door geclusterde woonvormen vanaf het begin mee te nemen in hun plannen en daadwerkelijk een plek te geven in het ontwerp. Daar hoort een concrete opdracht bij: een opdrachtgever die budget beschikbaar stelt en Stichting Thuis in Welzijn inschakelt om de haalbaarheid te onderzoeken en de realisatie voor te bereiden.

Stichting Thuis in Welzijn helpt gemeenten, woningcorporaties en ontwikkelaars bij het realiseren van Thuishuizen. Sinds 2011 werken we aan Thuishuisprojecten en zijn meerdere Thuishuizen gerealiseerd. We werken met een beproefd concept en spelen bij ieder project in op de lokale situatie, behoeften en kansen. Er staan nieuwe projecten in de pijplijn, maar om onze ambitie van 50 Thuishuizen in Nederland waar te maken, zijn meer locaties en samenwerkingspartners nodig. Daarom gaan we graag in gesprek met partijen die mogelijkheden zien binnen hun gemeente, woningbouwproject of bestaande vastgoed.

Nieuwe woonvormen vragen om bevlogen bestuurders, beleidsmakers en initiatiefnemers met lef. Mensen die niet alleen enthousiast zijn over een idee, maar ook zorgen voor een plek in het bouwplan of in bestaande gebouwen, met afspraken die realisatie mogelijk maken.

Zie je mogelijkheden voor een Thuishuis in jouw gemeente of woningbouwproject? Of beschik je over bestaand vastgoed dat hiervoor geschikt kan zijn? Stichting Thuis in Welzijn gaat graag met je in gesprek om samen de kansen te verkennen. Neem contact met ons op via info@thuisinwelzijn.nl of bel 06 42 50 27 77.

Ook gelijk op de hoogte zijn?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Laatste nieuwsberichten